Onze column “Het Was Wat“ – Onderbroeken
Het ‘kledingbesluit’ schrijft voor wat er in het kledingpakket voor jongens en meisjes moet zitten. In de praktijk bevat het pakket veel minder dan dat er op de lijst staat, omdat de directie zooveel mogelijk beneden de toegestane som moet blijven. In 1839 kaart een nieuwe arts van het eerste gesticht het menigvuldig voorkomen van jicht en rheumatische ziekten bij de kinderen aan. Veele jongens bewegen zich stram en stijf voort. Volgens de arts is het klimaat, veel regen en gure wind van Veenhuizen de oorzaak. Voldoende warme kleding is volgens hem een noodzaak. Bij de jongens ontbreekt wat: er is onvoldoende kleeding van onderen. Waar bij de meisjes eene goede warme rok het onderlijf beschermt, hebben de jongens daar alleen een vaak versleten linnen broek. Onderbroeken moeten dit probleem oplossen.

De permanente commissie wijst het verzoek af omdat de volstrekte noodzakelijkheid ons niet is gebleken. Hierna blijft dit onderwerp van gesprek en pas in 1845 besluit de permanente commissie dat de weezen van het mannelijk geslacht in het kindergesticht te Veenhuizen zullen worden voorzien van onderbroeken. En wel twee, zodat er altijd een in de was kan.
Bron: De Kinderkolonie, Wil Schackmann
Laatste aanpassing: 9 september 2026

