Wanneer beginnen ze nou met die restauratie?
De Maatschappij van Weldadigheid heeft 56 monumenten onder zijn hoede, die van tijd tot tijd gerestaureerd moeten worden. We zien lange tijd hekken rondom het pand staan en denken wellicht, ‘waarom gebeurt hier niets?’ De redactie ging voor het antwoord in gesprek met Minne Wiersma en Jacob Kruijer, respectievelijk directeur en beheerder gronden en onroerend goed van de MvW.
Wanneer het om restauratie van een koloniehuisje gaat, dan is het doel helder: bewoning. Gaat het om een pand als de oude tuinbouwschool of de mandenmakerij, dan ligt de vraag voor, wat willen we met dit pand? Als het doel helder is, komt de architect in beeld die het idee gaat uitwerken. Alle betrokken partijen zijn verenigd in het Breed Erfgoed Overleg onder voorzitterschap van Minne Wiersma, te weten: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie, Het Oversticht (welstand- en monumentenadviesorgaan voor gemeenten), Hus en Hiem (de Friese variant van Het Oversticht), het architectenbureau, gemeente Westerveld, Weststellingwerf en Steenwijkerland. Dit overleg is een opiniërend orgaan, en bespreekt alle projecten die op stapel staan.
Het ecologisch onderzoek neemt meestal 1 tot 2 jaar in beslag. De ecoloog doet waarnemingen om te zien welke beschermde dieren in, aan en om het pand leven. Wordt een beschermd dier aangetroffen, dan moet ontheffing bij de provincie worden aangevraagd. Vervolgens moeten er maatregelen getroffen worden voor een onderkomen gedurende de bouw en daarna. Het gaat om de kerkuil, huismus, spreeuw, ringslang, hazelworm, boomkikker, ringslang, kamsalamander, vleermuis en steenmarter.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kijkt mee vanwege onze UNESCO status. De provincie Drenthe is als siteholder verantwoordelijk voor het management en beheer van het UNESCO werelderfgoed en moet alle mutaties aan een pand verantwoorden. UNESCO vereist zorgvuldigheid bij instandhouding van dit gebied. Ze vragen geen stilstand, zo mogen er nu wel zonnepanelen (onder voorwaarden) bij oude koloniehuisjes, waar het eerder niet mocht.
Als alle adviezen zijn ingewonnen gaat er een vergunningsverzoek naar de gemeente. Deze heeft 26 weken de tijd om het verzoek te behandelen. Pas als de vergunning verleend is nemen de nutsbedrijven het project op in de planning, dat kan ook nog wel eens 1 ½ jaar duren.
En de kosten?
‘Oh, allemaal subsidie!’, wordt er vaak geroepen.


Voordat een renovatie start is drie jaar door diverse instanties het hoofd gebogen over het project en nog voor er iets te zien is, is er €50.000 uitgegeven. De restauratie van een koloniehuisje kost vaak 5 tot 6 ton. De huurprijs is daarmee in verhouding, omdat de lening afbetaald moet worden. 20% Van de kosten bestaat uit herbestemmingssubsidie en restauratiesubsidie, de rest (80%) is lening en eigen inbreng. Voor de lening kan de MvW niet naar een reguliere bank. De bank beschouwt de panden van de MvW als commercieel vastgoed en vindt dat risicovol. Er zijn twee opties in geval van een monument, een lening tegen rente van 1.5 % bij het Nationaal Restauratiefonds of bij het Drents Monumentenfonds, die in 30 jaar terugbetaald dient te worden. Voor andere investeringen, zoals een nieuw pand op de molenlocatie, kan geen lening worden verkregen. De bouw begint dan zodra een aantal woningen verkocht is.
Nu weten we waarom alles zo lang duurt en dat niet alles subsidie is.
Laatste aanpassing: 19 juni 2026

